|
Er was eens een land waar de mensen de Keizer verdreven. Op straat was het feest, maar wie moest het land nu besturen? 'Wij zullen het land besturen,' zei de Koning. Het bleek dat hij hiermee op zichzelf doelde. Maar de Koning was zwak en verstopte zich jammerend toen plotseling een sfinxachtige figuur verscheen. 'Ik ben de Kiezer,' sprak de verschijning met een bulderende stem, 'en voortaan luisteren jullie naar mij.' Hij wees een aantal mannen aan. 'Jullie mogen het land besturen. Maar om de zoveel tijd kom ik terug en besluit ik of jullie mogen blijven.' De bestuurders bogen gedienstig. Sommige andere mannen begonnen te vloeken. 'En jullie krijgen een huis,' sprak de Kiezer tot hen, 'waar jullie mogen klagen.' De klagers stelden zich hiermee tevreden. Toen donderde het en was er een fel licht, en zo abrupt als hij was verschenen was de Kiezer weer verdwenen.
De mensen gingen naar huis en de bestuurders zetten zich aan hun werk. De klagers richtten hun huis in en begonnen te klagen. Na een paar jaar verscheen de Kiezer opnieuw en stuurde hij een aantal bestuurders weg. Sommige klagers mochten het nu zelf eens proberen. Een deel van de bedankte bestuurders nam plaats in het huis van de klagers. En flits! Weg was de Kiezer weer.
Zo ging het jarenlang. Maar het liep allemaal niet zonder problemen, want erg duidelijk over zijn wensen was de Kiezer niet. Zo sprak hij niet met één stem, maar met miljoenen stemmetjes tegelijk. De klagers en de bestuurders moesten onderling maar bepalen wat ze van die stemmetjes moesten maken. Met elkaar besloten ze dat de bestuurders gezamenlijk ten minste op een meerderheid van de stemmetjes moesten kunnen bogen. Maar welke meerderheid? Niemand kon het de Kiezer vragen, want niemand wist hoe hij er precies uitzag. Wanneer hij het land aandeed heerste dan ook grote verwarring, en kwamen er uit het hele land meldingen dat men de Kiezer had gezien. Wanneer de kreetjes geteld waren, ruzieden de bestuurders en de klagers zich ongans over welk verborgen signaal de kiezer hiermee had willen geven.
In de loop der jaren ontstonden gevestigde methodes om de raadselachtige boodschap van de Kiezer te duiden. De bestuurders en de klagers verenigden zich in partijen, en de leden van die partijen telden hun verzamelde stemmetjes bij elkaar op. Wanneer een partij veel minder stemmetjes ontving dan bij het vorige bezoek van de Kiezer, dan had de Kiezer volgens de mensen die er verstand van hadden het signaal afgegeven dat de leden van die partij in de klaagbankjes moesten. Wanneer een partij juist veel meer stemmetjes kreeg dan de vorige keer, of de meeste stemmetjes van alle partijen, was het signaal van de Kiezer dat leden van die partij moesten besturen.
De bestuurders leefden in grote angst voor de mysterieuze Kiezer, naar wiens humeur men voor zijn komst slechts in huiverend ontzag kon gissen. Af en toe gaf de Kiezer een tussentijdse aanwijzing, die voor veel rumoer zorgde. Zo liet hij op een dag weten hoeveel leden de verschillende partijen naar een klaaghuis in een verre stad mochten sturen. 'De Kiezer heeft gesproken!' riep men opgewonden. Veel van zijn stemmetjes spraken hun steun uit aan de partij van een druktemaker die voor het eerst meedeed. Zijn felle tegenstanders kregen er echter ook veel stemmetjes bij. Menigeen concludeerde dat de Kiezer in de war was.
Onmiddellijk begonnen de bestuurders en de klagers te speculeren over wat de Kiezer binnenkort over het bestuur zou beslissen. Volgens de druktemaker was wel duidelijk dat de Kiezer bij die gelegenheid een niet te missen signaal zou geven. Zijn partij zou grote winst pakken, en misschien wel de meeste stemmetjes achter zich krijgen van alle partijen. 'De Kiezer staat achter mij!' riep hij trots. Zijn tegenstanders riepen terug dat ze toch niet zouden meewerken als hij in het bestuur kwam. 'Dat is een belediging van de Kiezer!' schreeuwde de druktemaker. 'De Kiezer heeft altijd gelijk. Wanneer de Kiezer een signaal geeft, mag dat niet genegeerd worden!' De andere partijen gaven schoorvoetend toe dat signalen van de Kiezer inderdaad niet genegeerd mochten worden.
Toen verscheen er een gek. 'Hou toch eens op over die Kiezer,' sprak de gek. 'Ik heb hem nog nooit gezien. Volgens mij bestaat de Kiezer helemaal niet. Volgens mij vertegenwoordigen die stemmetjes allemaal een aparte wil, een individuele beslissing. De optelsom van hun uitspraken bevat helemaal geen verborgen boodschappen van een mysterieuze kracht, maar is gewoon wat het is. Hou alsjeblieft op te zoeken naar signalen. Als de meerderheid beslist en de meeste stemmetjes de druktemaker toevallig niet in het bestuur willen, dan doet het er helemaal niet toe of zijn partij veel stemmetjes erbij of meer stemmetjes dan de andere partijen krijgt. Dan mag de druktemaker gewoon niet in het bestuur. Dat is geen belediging van de Kiezer, want iemand die niet bestaat kun je niet beledigen.'
Dat benauwde de Kiezer danig, want het leek hem zelf eigenlijk ook, dat de gek gelijk had, maar hij dacht: 'Nu kan ik niets anders doen dan maar flink volhouden!' En hij liep nog trotser verder, en de bestuurders en de klagers volgden hem.
|