|
In Vrij Nederland staat deze week een interview met Andries Knevel. Het gaat over de rel die hij twee maanden geleden veroorzaakte door op televisie te verklaren dat hij niet meer geloofde in het Bijbelse scheppingverhaal, en zijn kinderen en kijkers vergiffenis te vragen voor al die jaren dat hij hen misleid had. De EO-achterban was daar natuurlijk erg van geschrokken.
Hij zelf ook.
In het interview neemt Knevel zijn uitspraken niet terug, maar hij betuigt wel spijt over de manier waaróp hij ze deed. "Ik was verbijsterd over wat ik blijkbaar had losgemaakt. (...) Het spijt me intens dat ik ze geschokt heb. (...) Mijn bedoeling was goed: ik wilde laten zien dat er geen conflict is tussen geloof en wetenschap. (...) Maar ik had de achterban niet nodeloos moeten kwetsen. Ik had de discussie veel tactvoller op gang moeten brengen. (...) Ik moet mij voorlopig buiten de discussie houden."
Gebeurt er eindelijk eens iets, lijkt er eindelijk weer eens een stap in de goede richting te zijn gezet, is er eindelijk weer iets te lachen en te applaudisseren - krijgt-ie spijt. Dat had hij al eerder gezegd, in een reflex, maar ook na twee maanden nadenken blijft dit dus zijn standpunt.
Komop Knevel, denk je als lezer. Wat ben je nou opeens weer slap aan het doen! Discussie is nuttig, zeg je, wetenschap ook, maar als de mensen ervan schrikken moet je opeens gaan fluisteren? Dat deden Spinoza en Galilei toch ook niet? Of Luther, met zijn 95 stellingen? Dacht je dat er toen niemand kwaad werd? Als je echt iets gelooft, moet je dat hardop zeggen. En als er mensen schrikken, is dat hun probleem. Je hebt toch gelijk tenslotte?
Ook stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch was in het nieuws. Hij zet zich in voor de acceptatie van homoseksualiteit onder moslims, en wil daarom dat er een homocafé komt in Slotervaart. Ook lijkt het hem goed als de Gay Pride-optocht dit jaar in zijn stadsdeel begint. Op de vraag (van Paul Witteman) of hij zich geen zorgen maakt over de gevoeligheid van dit onderwerp bij de moslimbevolking, zegt hij stoer: "Daar heb ik geen boodschap aan. (...) Dit soort geïmporteerde ideeën moet je bestrijden. Door de wet, maar daar waar het niet door de wet kan, moet je de confrontatie met elkaar aangaan."
Oei.
Wat gek: ik ben het met hem eens, maar toch klinkt het niet zo verstandig. Net als Knevel heeft Marcouch een goed punt; zijn punt is zelfs belangrijker, want discrimineren van homo's is veel erger dan geloven in Adam en Eva. En anders dan Knevel is hij niet bang om mensen voor het hoofd te stoten, precies zoals ik van Knevel zou willen.
En toch...
Waarom juich ik niet bij zijn woorden? Als ik vind dat je christenen mag pesten met Darwin, waarom stuit het mij dan tegen de borst om moslims te sarren met een boot vol blote kerels? Vind ik de gevoelens van moslims belangrijker dan die van christenen? Schat ik christenen soms hoger in ("die kunnen er wel tegen")? Denk ik dat moslims "minder ver" zijn in hun denken? Is het omdat ik zelf liever The Origin of Species in huis heb dan harde housemuziek en blote mannen?
Het is "de manier waarop". Knevel - ijdel, vervelend - roept iets om interessant te doen, maar schrikt zich rot van de reactie van zijn achterban. Marcouch - ijdel, vervelend - roept iets om interessant te doen, maar komt vol trots aan intellectueel Nederland vertellen dat hij schijt heeft aan de reactie van zijn doelgroep.
Wat is erger? Geen idee. Maar mijn helden zijn het niet. *Deze column verscheen eerder in Het Parool van vrijdag 10 april 2009
|